Tag Archives: Interview

Spencer Murphy

De O’Neill Cold Water Classic is geen standaard competitie. Het is een jaar durende test van karakter en doorzettingsvermogen voor de beste surfers ter wereld. Fotograaf Spencer Murphy volgde ze op hun eerste avontuur: Tasmanië.

Een gevecht van surfer tegen surfer, maar tegelijkertijd ook van mannen die tegen zichzelf en ‘s werelds koudste, wildste en meeste ongastvrije kustlijnen. Dat is de O’Neill Cold Water Classic en (surf)lifestyleblad Huck heeft dit jaar daar nog een eigen uitdaging bijgevoegd. Zij nodigden verschillende fotografen uit ieder van de vijf etappes van de surfcompetitie vast te leggen, zonder restricties. Of ze nu het avontuur nu vastleggen op het land of in het water, zij mogen bepalen wat het achtergrond van de klassieker wordt.

Vijf unieke stijlen, een creatief doel: om een jaar lange verslag te doen van de strijd, de overwinningen en ondergangen en de bittere kou. De eerste stop is Tasmanië en die eer gaat naar de Engelse fotograaf Spencer Murphy.

Hoe voelde het om gevraagd te worden om voor Huck Magazine de O’Neill Cold Water Classic te mogen verslaan?

“Ik was plezierig verrast, maar voelde wel meteen de druk van de competitie op mijn schouders. Het enige dat ze namelijk in de uitnodiging hadden gezet aan onderwerpen waren een aantal titels als ‘de kou’, ‘de lokale bevolking’, ‘de surfers’, et cetera. Ik wist meteen dat ik iets anders wilde neerzetten dan andere surffotografen, maar weet natuurlijk niet wat de andere vier gaan produceren.”

In plaats van de surfers te fotograferen (op een paar na) heb jij de focus gelegd op het landschap en de lokale bevolking. Hoe moeilijk was het om een portret te maken van een gemeenschap op zo’n verlaten eiland als Tasmanië, met name tijdens de CWC?

“Het was niet per se moeilijk, want ik had al mijn benodigdheden en een stevig idee van wat ik eruit wilde halen. De enige restricties waren het weer en de tijd; het kostte me twee dagen om er te komen en twee dagen om weer terug te komen en ik had er maar zes. Met meer tijd had ik de plek beter neer kunnen zetten, maar ook het weer was verraderlijk. De eerste ochtend een donderstorm, diezelfde middag verbrand door de zon – wat enigszins beschamend is als spierwitte Engelsman tussen de gebronsde surfers. Het was dus telkens zaak te wachten op de juiste weersomstandigheden”

Je enige richtlijn was de beschrijving om ‘het avontuur op het land of in het water vast te leggen’, wat heb je daar vervolgens mee gedaan? 

“Gelukkig had ik dus al een stevig idee in mijn hoofd en wist ik wat ik wilde laten zien, maar ik wilde me daar niet door vast laten leggen. De eerdergenoemde onderwerpen moesten wel alleen vastgelegd worden, terwijl ik ook een hele serie had kunnen maken van ‘de lokale bevolking’ of ‘het landschap’. Nu had ik een lijst gemaakt met wat er moest gebeuren en tikte deze langzaam af. Hierdoor kon ik me op een of twee onderwerpen per dag focussen en alles verslaan.”

De meeste mensen zullen je kennen van je portretfotografie, waarmee je ook vaker heb geëxposeerd. Hoe goed past dit project in je portfolio? 

“Dat is een interessante vraag, want voor mij voelt het als een ware representatie van mijn eigen stijl, maar ik begrijp dat het ook kan voelen als een vlucht. Ik wilde bekendstaan voor mijn kunde als fotograaf om esthetiek of emotie in verschillende disciplines binnen de fotografie te verwerken en niet vastgepind worden als portret- of landschapsfotograaf. Omdat ik de CWC ook op die manier betrad voelde het als een perfecte combinatie tussen de verschillende genres in mijn portfolio en daarnaast erg natuurlijk. De serie voldoet een beetje als brugfunctie tussen de portretten en landschappen binnen mijn portfolio.”

De wereldberoemde surfer Kelly Slater was geen onbekende voor jou, maar wat is je relatie met surfen?

“Nou, ik zou niet zo ver willen gaan als mezelf een surfer te noemen, want ik lig waarschijnlijk maar een keer per jaar in het water, als het meezit. Ik ben echter geïnteresseerd geweest in de surfcultuur sinds een schoolvriend uit Nieuw-Zeeland me introduceerde met een surfmagazine, in mijn tienerjaren. Ik ben nu in de dertig en surf nog steeds op beginnersniveau. Buiten fotografie en de cultuur eromheen heb ik dus eigenlijk weinig referenties met surfen.

Ondanks het feit dat ik vaker surfers fotografeer heb ik me eigenlijk wel altijd te gast gevoeld tussen ze. Ik denk echter wel dat dat me enigszins geholpen heeft om een originele perspectief te houden op iets dat al zo vaak gefotografeerd is, omdat ik er naar blijf kijken zonder vooroordelen.

Foto’s © Spencer Murphy

Posted in Interviews, Photography | Tagged , , | Leave a comment

Jeroen Oosterhof

Ziek worden en daardoor je hobby niet meer uit kunnen oefenen is per definitie een nare situatie. Het verzacht echter wel de pijn wanneer je nieuwe hobby fotografie wordt, zoals bij Jeroen Nieuwhuis gebeurde. Zonder achtergrond of opleiding.

Dat was allemaal drie jaar terug, toen voor Jeroen alles begon met de aanschaf van een Panasonic Lumix FZ-18. Hij had wat anders nodig, wat ontspannends, en fotografie interesseerde hem altijd al. Als complete leek plaatste hij zijn foto’s op verschillende fotofora op internet, zonder visie of doel.

Hij werd meegesleept door de hdr-hype, maar maakte eigenlijk overal foto’s van. Ter afleiding en ontspanning. Hij verdiepte zich echter wel in het hdr-fenomeen en zat nachtenlang te knoeien met Photoshop. Het resultaat is surrealistisch, enigszins absurd. De inspiratie voor zijn werk haalt hij met name van dezelfde fora als waar zijn eigen foto’s opstaan, maar ook van bekende namen als  Dave Hill of Jim Fiscus. Namaken doet hij niet, maar het werk laat hem wel zien wat er allemaal mogelijk is binnen de fotogrenzen.

Hoe ben je na je die Panasonic eigenlijk verder gegaan?

“Serieus investeren, dat eerst. Een goede camera, lenzen, enzovoorts. Ik merkte dat de Lumix tekort schoot en daarom ben ik toen overgestapt op een Canon EOS 40D, waar ik nog steeds mee schiet. Daarnaast heb ik me nu een beetje vastgelegd op het ef-s-systeem door een Canon 17-55mm f2.8 aan te schaffen en ik merk wel dat je daar heel leuke dingen mee kan doen.”

Je haalt veel inspiratie uit andermans werk, maar hoe zou je je eigen stijl omschrijven? 

“Ik heb niet echt een eigen stijl, getuige de potpourri aan afbeeldingen op diverse fotofora. Ik maak soms wel kleine series, maar ik volg niet echt een lijn. Ieder beeld staat op zich en ik benader ieder beeld dan ook zo. Ik hou er niet van om datgene dat in de smaak valt, dan maar eindeloos te herhalen. Dat verveelt me.”

Met als resultaat deze enigszins absurde, surrealistische foto’s, waarom?

“Mijn foto’s lijken of ze getekend dan wel geairbrushed zijn, omdat dat me altijd aangesproken heeft. Met extreme toonmapping wordt het al snel een cartoon en ik wilde dat hdr-effect effect creëren, maar dan zonder verlies van kwaliteit. Dan moet je dus zelf aan de slag met Photoshop, waarvan ik nu de techniek achter de techniek ken en dus lekker kan spelen.”

Hoe ver ga je in dat spelen?

“Ik werk veel met opties als curve en dodge & burn, waarmee ik eigenlijk alles naar mijn hand kan zetten. Maar wat ik ook doe in Photoshop, het zijn allemaal toevoegingen. De basis moet goed zijn, waardoor licht heel belangrijk wordt; ik ben er zeer afhankelijk van. Het licht bepaalt wat voor een bewerking het gaat worden. Hetzelfde geldt voor flitsen, vandaar dat ik heb geïnvesteerd in een tweede Elinchrom Quadra’s-setje.”

Wat is dan de meerwaarde van het bewerken van je foto’s?

“Het feit dat ik mijn creativiteit er in kwijt kan. Ik kan blijven bewerken, omdat de computer verder gaat waar de camera ophoudt. De basisbewerking kost me een half uurtje, daarna zit ik makkelijk twee uur te pietlutten aan de details. Ik wil dat mensen twee keer naar de foto moeten kijken en ‘verstop’ dan ook altijd wel iets in de plaat. Fotograferen opzich is makkelijk en eigenlijk zijn alle soort fotografie hetzelfde, het is de bewerking waarmee je het eigen maakt. Hoe kan een foto nog misgaan, de techniek biedt je alles! Creativiteit maakt het verschil, terwijl je visie allesbepalend is.

Heb je dan wel een bepaalde visie voordat je op stap gaat?

“Ik fotografeer met name landschappen, straatgezichten en portretten, maar wil me met name toe gaan leggen op dat laatste. De bepaling van de compositie is uiteraard belangrijk, maar verder is het eigenlijk een artistieke keuze. Hoewel ik me in de toekomst wel meer toe wil gaan leggen op het uitwerken van ideeën, want dat deed ik eerst helemaal niet. Op die manier wil ik meer een verhaallijn creëren, terwijl ik eerder alles gewoon spontaan verzon. Als ik dan ook wat vaker dan een keer per maand (hooguit) ga fotograferen, hoop ik er een flow in te krijgen. Ik zal blijven bewerken, want het beste moet nog komen.”

Foto’s © Jeroen Oosterhof

Posted in Interviews, Photography | Tagged , , | Leave a comment

Jeroen Nieuwhuis

Jeroen Nieuwhuis is een pas achttienjarige fotograaf uit Denekamp, bij Enschede. Hij werkt daar fulltime in een fotowinkel, maar fotografeert het meest in zijn vrije tijd. De jonge fotograaf is grotendeels autodidact en heeft van zijn hobby daadwerkelijk zijn werk gemaakt.

Het is voor Jeroen Nieuwhuis allemaal begonnen met een camera van de Bart Smit, welke al snel opgevolgd werd door een serieuze compact. Op vijftienjarige leeftijd schafte hij zijn eerste dslr aan: een Canon EOS 300D. Binnen twee jaar had hij deze echter vervangen voor een 5D Mark II, de camera waarmee hij nu naast skatefoto’s ook portretten en filmpjes mee schiet.

Wat houd Jeroen Nieuwhuis bezig in het dagelijks leven als fotograaf?

“Ik werk in een fotowinkel en ben daarnaast fotograaf. Natuurlijk maak ik tijdens mijn ‘normale’ werk ook foto’s, maar dat zijn enkel portretten. Buiten mijn werk ga ik juist veel meer fotograferen. Dan zijn het met name skatefoto’s en andere portretten en soms productfotografie, maar ik ben overal voor in.”

Je bent natuurlijk pas achttien, maar welke kant wil je op met de fotografie? 

“Iets in de commerciële hoek, zoals reclamefotografie. Voor een merk als Nike of Adidas skate- of snowboarders fotograferen. Mijn passie ligt in de extreme sporten, dus hoop ik daar ook in meer te kunnen gaan fotograferen. Productfotografie vind ik echter ook leuk; ik ben gewoon heel breed.”

Is er een speciale reden dat je zo breed georiënteerd bent?

“Het begon allemaal toen ik foto’s van mijn skatende vrienden ging maken. Steeds als we weer gingen skaten nam ik mijn camera mee en maakte foto’s. Om deze te kunnen delen met vrienden heb ik een Blogspot gemaakt en daar alles opgezet. Toen ik vervolgens de link naar mijn blog plaatste op een forum nam de skate skate- en snowboardwebsite Tacky.nl contact met me op, omdat ze wel een fotograaf konden gebruiken. Zo kwam het balletje aan het rollen.”

Mag je skatefotografie dan nu de hoofdmoot van jou werk noemen?

“Ik denk het wel, naast Tacky werk ik ook voor de lokale skateboardwinkel in Enschede en maak ik foto’s van hun teamrijders. Daarnaast zijn er een aantal websites waar ik voor publiceer. Maar ik heb ook een behoorlijke tijd gehad dat ik veel portretten maakte. Zo belandde er een van een vriend op Hyves, werd 14.000 keer bekeken en opeens zat mijn inbox vol met verzoeken van meisjes die ook wel een fotoshoot wilden. Sociale media zijn erg belangrijk om bekendheid te vergaren.”

Hoe combineer je die twee zeer verschillende genres, skate- en portretfotografie?

“Gelukkig hoef ik geen keus te maken, want ik kan het gewoon allebei doen. Dingen die ik niet leuk vind, zoals high fashion-fotografie, doe ik ook gewoon niet.”

Je fotografeert nu met een 5D Mark II, maar bent nog geen vier jaar geleden begonnen met een Bart Smit camera. Hoe wist je zo snel dat fotograferen echt jouw ding was?

“Nou, ik kocht mijn eerste compact dus toen ik veertien was, maar binnen een jaar wilde ik al een spiegelreflex. Daarom kocht ik nog voor mijn zestiende een 30D, waar ik iets minder dan twee jaar mee gedaan heb. Nu is het mijn reservebody. Ik merkte meteen al, zeker bij sportfotografie, dat ik de snelheid mistte en vaak te laat was, dus dat ik wel een dslr moest hebben om datgene te doen wat ik leuk vind. Mensen reageerden gewoon altijd enthousiast op mijn werk en ik had er plezier in, dus het was een simpele keus.

Ben je volledig autodidactisch of heb je ook een opleiding gevolgd?

“Op het ROC in Enschede heb ik een foto opleiding gevolgd, maar ben ik na een jaar gestopt omdat ik er veel meer van verwachtte. Het was eigenlijk helemaal niks; op het laatst was ik zelf dingen aan het uitleggen aan de leraar. Omdat ik nog zeventien en dus leerplichtig was ben ik eens in de twee weken naar de Fotovakschool in gegaan voor de vakopleiding. Ik was daar, volgens mij, de jongste leerling ooit, maar heb het wel afgelopen februari afgerond.”

Heb je het gevoel op die vakopleiding wel wat geleerd te hebben?

“Om eerlijk te zijn heb ik vooral mezelf veel geleerd. Een opleiding, zeker voor fotograaf, is niet echt mijn ding en ik heb het gevoel er te weinig te leren. Wel twijfelde ik of ik me moest specialiseren, want mijn collega van de fotowinkel raadde me dat aan, maar mijn leraar vond dat niet nodig. Dat was wel een bevestiging en ik heb me zelf al gespecialiseerd.”

Wat doen de natuur- en zwart-witfoto’s dan op je website?

“Dat is meer iets wat ik af en toe doe, voor erbij. Zo ga ik zondag voor tweeënhalve week naar Noorwegen, op fotoreis. Dan gaan we gewoon een rondje rijden en hebben we op de route bepaalde plekken waar we gaan fotograferen. We, mijn baas en ik, zijn al bijna drie weken aan het plannen, dus het gaat zeker wat moois worden.”

Foto’s © Jeroen Nieuwhuis

Posted in Interviews, Photography | Tagged , , | Leave a comment

‘Tijs en Tiësto vormen één persoon’

Tiësto wil met zijn laatste album Kaleidoscope de dancecène innoveren. Naast een verhuizing naar Miami werkte hij daarom samen met internationale artiesten. Beukend is het nog steeds, maar vernieuwend is overdreven.

Wat is er zo anders aan de geïnnoveerde Tiësto en Kaleidoscope? 

‘Ik ben voor Kaleidoscope op zoek gegaan naar een vernieuwend geluid. Door samen te werken met muzikanten als Nelly Furtado, CC Sheffield en Tegan & Sara heb ik niet gekozen voor de mainstream, maar de alternatieve kant van de popmuziek’, legt Tiësto uit terwijl de ober van het Amsterdamse hotel aan de gracht het water bijschenkt. ‘Ik wilde namelijk niet de meest voor de hand liggende samenwerkingen, maar uitdagingen met artiesten die echt iets bij kunnen dragen aan mijn muziek.’

Je verhuist naar Miami om jezelf te vernieuwen. Was dat zo hard nodig?

‘Ik was toe aan wat anders, simpel. Ik probeer liever iets niets, of het nu werkt of niet, dan in herhaling te vallen’, zegt hij strijdvaardig. Tiësto heeft ook huizen in Amsterdam, Johannesburg en Schotland, maar woont vast in Miami. ‘Het Amerikaanse publiek is daarnaast heel anders dan het Nederlandse.’

In welk opzicht?

‘Het Amerikaanse publiek staat veel opener voor nieuwe dingen, vandaar dat ik hier heb kunnen samenwerken met zoveel popmuzikanten. Daarnaast denken de Amerikanen niet zo in hokjes als de Nederlanders: als ik op één avond verschillende stijlen wil draaien dan kan dat, in Nederland zit het publiek daar niet op te wachten’, zo weet hij uit ervaring te vertellen.

Hoe komt zo’n samenwerking met een popmuzikant precies tot stand?

Tiësto begint te lachen en schuift voorover: ‘Meestal regel ik dat niet zelf, maar de samenwerking met de Three 6 Mafia is wel een grappig verhaal. Ik zat in een studiocomplex in Los Angeles, waar toevallig ook de rappers van Three 6 Mafia aan het werk waren. Mijn manager liep daar hun producer Franky tegen het lijf, wie één van mijn tracks voorlegde. Iedereen was meteen enthousiast en begon er spontaan op te rappen.’ Voor beide betekent een samenwerking namelijk naamsbekendheid bij een ander publiek en daarmee een grotere doelgroep.

In de ranglijsten moet je landgenoot Armin van Buuren al een aantal jaar voor je dulden. Denk jij, net als hem, ook aan bijvoorbeeld een eigen computergame?

‘Nee, totaal niet’, reageert Tiësto snel. ‘Van 2002 tot 2004 ben ik de beste DJ ter wereld geweest, aldus DJ Magazine, en dat vind ik al een hele prestatie. Ik ben heel andere dingen gaan doen – innoveren, experimenteren en samenwerken – terwijl Armin gewoon is blijven draaien; echt vergelijken kan je ons dus niet. Daarnaast heb ik niet voor de makkelijke, commerciële weg gekozen’, zegt hij, zonder Armin enig verwijt te maken. Een aantal nummers van hem zijn wel gebruikt in het spel DJ Hero, maar een eigen spel als Armin’s In The Mix hoeft van hem niet. ‘Ik werk liever samen met bijvoorbeeld een filmproducent of theatergezelschap, daar ligt nog een uitdaging.’

Naast een concert in de Heineken Music Hall op zaterdag 19 juni en Mysteryland volgende maand, blijft Tiësto ook over de wereld toeren met Kaleidoscope. Is er straks een plek waar ze hem niet kennen? 

‘Amerika is sowieso ontzettend groot, dus al kennen ze je in New York, dat hoeft niet te betekenen dat ze je in Los Angeles ook kennen. Iedere stad moet opnieuw verovert worden. China en Japan zijn zelfs voor mij redelijk ondoorgrondelijk.’ Zelfs Tiësto krijgt niet overal voet in de aarde.

Posted in De Pers, Interviews | Tagged , , | Leave a comment

Deense technoheld gaat tegen de stroom in

Het heeft vier jaar geduurd, maar de Deen Anders Trentemøller heeft eindelijk een opvolger voor zijn debuutalbum. Into The Great White Yonder is een dramatische, maar meeslepende ervaring.

Hoewel het grote publiek de 35-jarige Trentemøller kent als techno-dj, produceert hij cd’s met melodieuze, dromerige melodieën. Net als op zijn grensoverschrijdende debuut The Last Resort uit 2006, is op Into The Great White Yonder geen technonummer te horen. ‘Het is een luisterplaats, geen dansplaat’, omschrijft de dj, die met zwarte gothic handschoentje aan en een donkere pluk haar voor zijn ogen niet bepaald doorsnee is.

Into The Great White Yonder is melodieus, maar donker album geworden, was dat gepland?

‘Na een lange wereldtournee – er stonden acht shows gepland, het werden er tachtig – wilde ik gewoon weer nieuwe muziek maken’, stottert de enigszins verlegen Deen als de felle zon de Amsterdamse hotellobby binnenschijnt. ‘Gaandeweg, ongeveer halverwege, kwam er pas een patroon in het album. De dramatische, neergeslagen toon was gezet en daar ben ik mee verder gegaan.’ Trentemøller zoekt op de plaat de balans tussen elektronische muziek en instrumenten. ‘Ik wilde er ook meer échte instrumenten in hebben dan het vorige album, maar dat komt waarschijnlijk door mijn geschiedenis als muzikant.’

Wat is er zo speciaal aan de mix tussen elektronische muziek en live instrumenten als een theremin en een mandoline?

‘Het geluid wordt warmer, organischer en natuurlijker. Het is gewoon een perfecte combinatie’, zegt hij, het uitbeeldend met zijn armen. ‘Mijn eerste album was veel elektronischer en ik wilde niet in herhaling vallen; ik ben zelf in vier jaar ook veel veranderd.’ Dat levert de luisteraar een overweldigende geluidskosmos op, wat eigenlijk niet in een enkel hokje gestopt kan worden. ‘Instrumenten vullen elektronische muziek prachtig aan.’

Maar de twee vormen een groot contrast, hoe maak je daar een mooi geheel van?

‘Ik ben daar eigenlijk niet bewust mee bezig, dat ik ze beide gebruik spreekt voor mij voor zich. Ik kies ook niet één instrument uit, maar op Into The Great White Yonder gebruikte ik plotseling veel gitaren – die ik op mijn keyboard inspeelde, want gitaar spelen kan ik niet – en dat klonk goed’, biecht hij eerlijk op. ‘Dan ga ik daarmee door. Het klinkt misschien heel makkelijk, maar ik mix al jaren verschillende muziekgenres door elkaar. Ik probeer alle mogelijk aspecten van deze genres op een natuurlijke manier te incorporeren, zonder dat het geforceerd klinkt.’

Wat bezielde je om Into The Great White Yonder digitaal op te nemen, om vervolgens te converteren naar analoog?

‘Het geluid van tape is zo écht en diep, dat is niet te overtreffen met digitaal geluid. Ik heb dus alles opgenomen met mijn computer, afgemixt en vervolgens overgezet naar een bandrecorder met behulp van oude equalizers en versterkers. Het is de charme van tape en het feit dat je de historie erin terug hoort dat ik al die moeite heb gedaan.’

Ben je van plan wederom grote artiesten als Röyksopp, the Knife en Moby remixen, zoals je deed na het uitkomen van The Last Resort?

‘Ik heb twee jaar geleden besloten dat ik minder remixen ga maken, anders kom je al snel bekend te staan als remix-dj’, reageert Trentemøller enigszins geagiteerd. ‘Deze keer wilde ik gewoon een album maken en alleen remixen bij uitzondering. Zo heb ik wel nummers van Franz Ferdinand en Depeche Mode geremixed, omdat ik daar echt een uitdaging in zag.’

Een paar jaar terug deed je de controversiële uitspraak dat minimal-techno dood was, kom je daar nu op terug?

‘Waar ik op doelde toen ik dat zei, was dat er tegenwoordig overal mash-up’s van gemaakt worden. Niets is meer puur, dus ook minimal niet. Het vormt een niche, een subgenre, dat snel aan populariteit heeft verloren. Het zal altijd blijven bestaan en ik blijf het ook draaien, maar besteed er geen aandacht meer aan.’

Posted in De Pers, Interviews | Tagged , , | Leave a comment

Craig David is zeker van zichzelf

Tien jaar na zijn debuut is Craig David terug. Een coveralbum vol Motown nummers moet zijn carrière nieuw leven inblazen.

Waar ben je geweest al die tijd? 

‘Na mijn laatste hit in Nederland – Rise & Fall met Sting uit 2003 – heb ik nog twee normale en één greatest hits album uitgebracht, die helaas niet zijn aangeslagen in Nederland. Iedereen denkt dus dat ik zeven jaar niets heb zitten doen, maar het tegendeel is waar.’

 En nu dan opeens een album vol Motown covers, hoezo?

‘Eigenlijk ging dat niet gepland. Ik wilde een album maken met nummers van mijn favoriete artiesten, waarvan tachtig procent nu eenmaal bij Motown zit. Maar daarnaast bevat het Signed, Sealed, Delivered ook nummers van Otis Redding, Curtis Stigers en drie zelf geschreven nummers met Motown samples. Het is een mix geworden van nummers waar ik een bepaald gevoel bij heb gekregen.’

Waarom speciaal deze nummers?

‘Je ouders zijn altijd van zeer grote invloed op je muzieksmaak en mijn ouders draaiden veel platen van Stevie Wonder, Marvin Gaye en The Temptations. Ook werden die artiesten veel op de radio gedraaid, dus hoorde ik ze constant. Opeens besefte ik me dat ik ook zo’n cd kon maken.’

Hoe was het om als tekstschrijver andermans teksten te zingen?

‘Het is niet zo dat je enkel de tonen moet kunnen zingen, je moet er ook een performance bij geven en een gevoel overdragen. Deze artiesten nadoen is onmogelijk, het gevoel dat zij erin leggen komt uit die tijd, dat moment en die sfeer. Je moet proberen het nummer waarde aan te doen, zonder te proberen het na te doen. Ik denk dat ik op dit klassieke soulalbum mijn beste zang in jaren heb laten horen.

Kies: zelf nummers schrijven of die van andere zingen?

‘Ik hou er van om nummers te schrijven en om dit aan de wereld te laten horen, maar voor dit album heb ik eerst tien jaar ervaring op moeten doen. Toen pas had ik mezelf genoeg bewezen en was ik zelfverzekerd genoeg om dit album te durfen maken. Ik wilde het heel graag en het is een bevestiging voor mezelf dat ik het kan. Je geeft je namelijk helemaal over aan het publiek als je dit soort hits gaat coveren.’

Gaat Craig David in de toekomst terug naar de UK Garage?

‘Die scène is heel erg veranderd als je het vergelijkt met tien jaar terug. Het is nu meer een combinatie van stijlen geworden. Uiteraard houd ik alle opties open, maar voor hetzelfde geld maak ik binnenkort een drum ’n bass album. Het gaat erom dat de muziek en de tekst één vormen, het genre is minder belangrijk . Dit album zie ik als een opstap, want ik vind dat je als artiest vernieuwend moet blijven. Ik ben nog altijd jong.’

Posted in De Pers, Interviews | Tagged , , | Leave a comment